Als fietser in Utrecht voel ik me niet echt lekker zo fietsende langs het vele verkeer. Ik krijg niet ineens de behoefte om diep te gaan inademen. Zo’n lekkere diepe inademing zoals wanneer je op het strand of in het bos bent. Waar je naast het voelen van de luchtstroom en de krachtige sensatie in je buik ook de vele geuren van de natuurlijke omgeving in je opneemt.

image

Laatst fietste ik van de Utrechtse binnenstad via Galgenwaard naar de Uithof. Vieze geuren van uitlaatgassen kwamen me tegemoet. Toen moest ik denken aan de maskers die ik in Japan zag en waar je aziatische mensen soms ook in Nederland mee ziet lopen. Op het internet vond ik een speciaal masker voor fietsers in de stad, de Totobobo. Zou de tijd nabij zijn dat we straks allemaal met zo’n masker fietsen, lopen en rennen?

Hopelijk niet. Maar wellicht zou het een mooi statement zijn om met een grote groep mensen met zo’n masker te gaan fietsen om aandacht te vragen voor de luchtkwaliteit? Wellicht heb je dan wel een zichtbaar masker nodig want de Totobobo is transparant. Zou je ze zelf kunnen 3D printen? Of beschilderen, bijvoorbeeld met felle kleuren ontworpen door kunstenaars?

Want in Utrecht is het slecht gesteld met de luchtkwaliteit. De Gemeente Utrecht doet metingen en ook Milieudefensie heeft een meetcampagne. Dit kaartje laat zien waar door Milieudefensie wordt gemeten.

Wat als er een goedkoop en draagbaar apparaatje zou bestaan die fietsers, joggers en wandelaars bij zich kunnen dragen met een GPS en een simpele luchtkwaliteitmeter? Op internet blijken meerdere voorbeelden beschikbaar: de Qfit en iSPEX. Vooral de laatste trekt mijn aandacht omdat de resultaten in een wetenschappelijk tijdschrift zijn gepubliceerd. De iSPEX werkt met een opzetstukje voor de iPhone en een app. Helaas zijn de opzetstukjes niet meer verkrijgbaar. Wie weet worden er ooit weer nieuwe gemaakt, je kunt je aanmelden voor de nieuwsbrief.

Natuurlijk: meten is weten. Maar weten we nu niet meer dan genoeg om doordrongen te zijn van de noodzaak over te gaan naar schone vervoersmogelijkheden? In Utrecht zullen gelukkig de grote bussen die studenten van en naar de Uithof brengen over een paar jaar plaats gaan maken voor een tram. En het valt me op dat er steeds meer laadpalen voor electrische auto’s verschijnen. Ik reed laatst ook voor het eerst mee in een electrische auto, de i3 van BMW. Die trok enorm snel op. En het laden bij een Fastned laadstation duurde maar een kwartiertje. Geduld is een schone zaak…

Maar hoe zit het met fijnstof afkomstig van autobanden? Want ook electrische auto’s hebben banden. Dat dit inderdaad een probleem is wordt in dit radiofragment van het Belgische Radio 1 uitgelegd. Het is namelijk een feit dat roet wordt toegevoegd aan het rubber van autobanden. Deze zouden anders transparant zijn. Het roet verbetert de mechanische eigenschappen van een band. En dit komt dus vrij vanwege slijtage. Ook het remmen zorgt voor vrijkomen van fijnstof. Uit het radiofragment blijkt dat 1/3 van de fijnstof uitstoot door remmen en banden wordt veroorzaakt en deze hoeveelheid uitstoot zal dus ook met electrische auto’s zo blijven.

Hier blijkt maar weer uit dat nieuwe technieken niet zaligmakend zijn en vaak haken en ogen hebben. We zitten dus nog wel even aan het fijnstof vast, ook als we allemaal electrisch zouden gaan rijden. Maar kunnen we dat fijnstof niet opvangen? In Tegenlicht aflevering ‘Nederland kantelt’ wordt Ton van Oostwaard geinterviewd. Hij heeft bij toeval planten ontdekt die vanwege beharing fijnstof uit de lucht halen, klimaatadaptieve planten noemt hij dat. Hij wil een groene klimaatgordel rond Amsterdam creeren. Dat lijkt me ook een goed idee voor Utrecht.

De ontdekking van Ton van Oostwaard laat maar weer eens zien dat er niks boven toeval gaat. Zo hoorde ik in het onderstaande Universiteit van Nederland college van Sterrenkundige Professor Ralph Wijers van een andere ontdekking die met dit onderwerp te maken heeft. Hij vertelt namelijk, tussen neus en lippen door, dat wifi technologie en meetinstrumenten voor fijnstof en huidkanker spin offs zijn van de sterrenkunde. Allemaal voorbeelden dus van serendipiteit.

Graag sluit ik af met een nieuwsbericht dat ik recentelijk las op NU.nl. Hierin wordt namelijk vermeld dat lichaamsbeweging zelfs gezond is in vervuilde lucht. Laten we dus lekker door blijven fietsen, rennen en lopen in de openbare ruimte en zo veel mogelijk proberen de auto thuis te laten.

image

image

image

image

Source: NASA Photojournal

In de Utrechtse binnenstad wordt GFT afval niet gescheiden opgehaald, het moet bij het rest afval. Recentelijk terug zijnde uit Duitsland, waar ik helemaal gewend ben geraakt aan het scheiden, vind ik dit nogal raar en een stapje imageterug. Zodoende besloot ik een compostbak in mijn tuintje neer te zetten. Ik vond bij de kringloopwinkel een oude blikken prullenbak met gaten. Perfect! Alleen moet ik er te zijner tijd nog een gat in zien te zagen, ergens onderin.

In de tussentijd vond ik het wel interessant om erachter te komen wat nou de reden was dat GFT niet gescheiden opgehaald wordt. Dit bleek meerdere oorzaken te hebben, deels vanwege bezuinigingen. Gelukkig is de Gemeente Utrecht bezig met Het Nieuwe Inzamelen, zo veel mogelijk afval gescheiden aanleveren, maar wanneer dit ook bij mij beschikbaar zal zijn is onduidelijk.

Ik ging hiernaast ook maar eens op zoek wat er wel en wat er niet in een compostbak mag. Ik vond bijvoorbeeld deze handleiding. Van familie hoorde ik echter weer dat citrusvruchtenafval liever niet in de compost moeten omdat de wormen daar niet van houden. Dit bracht me verder tot het idee om wormen toe te voegen. Ik kwam er namelijk hier achter dat je wormen gewoon in een dierenwinkel kunt kopen. Dus ik heb voor 2 euro 50 een doosje wormen gekocht en deze losgelaten in mijn compostbak.

De compostbak begon natuurlijk langzaam steeds voller te raken en het zag er niet naar uit dat er al compost was ontstaan onderaan. Wat te doen als mijn compostbak vol was? Een advies van Milieu Centrum Utrecht was om mijn GFT net buiten de singel, waar GFT wél apart wordt opgehaald, in een container te doen, de avond voor het ophalen. Dit was een optie, maar wat voor container zou ik ervoor kunnen gebruiken? De Gemeente geeft gratis een GFT ‘citybin’ aan inwoners, maar na een belletje bleek ik niet in de goede ‘zone’ te wonen. Ook bij Intratuin vond ik niet zo’n bak. Bij de kringloop verkochten ze nog oude koelboxen, dat zou een optie kunnen zijn.

De Tuinfabriek

Maar gelukkig diende de oplossing zich aan toen ik vandaag voor het eerst meegeholpen heb in de Tuinfabriek, een stads landbouw project bovenop Hoog Catharijne in Utrecht. Als imagedeze geopend is kun je een groene lijn volgen die beimagegint in Hoog Catharijne. Op het Google Maps kaartje is het startpunt van de groene lijn te vinden zo ongeveer bij het ATM icoontje in het midden. Je kunt trouwens op het kaartje klikken om naar Google Maps zelf te gaan.

Na wat deuren en trappen gepasseerd te zijn kom je uiteindelijk op het dak uit. Het staat vol houten bakken met verschillende groenten. Ook zijn er twee  grote tonnen voor het genereren van compost en is er een verplaatsbare kippenren. Vandaag heb ik meegeholpen o.a. pompoen en courgette te planten.

imageMaar wat voor oplossing heeft de Tuinfabriek dan aangedragen? Ik heb een ‘Bokashi Bucket’ compostbak gekregen, tezamen met Bokashi mix. Nu kan ik mooi mijn GFT in deze bak doen, laagje mix imageerbij, en wanneer de bak vol is breng ik ‘m naar de Tuinfabriek en neem een lege bak mee naar huis.

Alleen moet ik nu nog wel even geduld hebben met mijn blikken compostbak in de tuin. Ik begrijp dat het wel een jaar kan duren voordat deze restjes tot compost zijn vergaan. En misschien nog wel langer, want ik heb het GFT niet netjes in kleine stukjes gesneden, wat wel aan wordt geraden. Ik stel me al voor dat een worm die zo’n stuk schil opeet er net zo uitziet als een slang die bezig is een of ander groot zoogdier te verteren. Gelukkig heb ik geen haast en de wormen ook niet hopelijk.

Zodoende, echt super dat na een paar maanden mijn vraag beantwoord is en dat ik zo mee kan doen met deze kringloop!

Laatst hoorde ik weer een bekend lawaai, steeds dichterbij komen. Iemand van gemeentewerken was bezig, met herrie stoppers op, om het onkruid op een krachtige manier van tussen de stenen uit te verwijderen. Dat zo’n snoeiapparaat op olie werkt is reden nummer 1 om, als we echt naar een duurzame samenleving willen gaan met z’n allen, het ding meteen op een enkeltje richting recycling te sturen. Echter, het laat ook zien hoe ons huidige wankele systeem kijkt naar de natuur. We zien het als iets waar we tegen moeten vechten. Dat groene ‘onkruid’ komt namelijk iedere keer weer terug. En als je de voorbeelden uit het boek ‘de wereld zonder ons‘ leest besef je ineens hoe snel de natuur onze leefomgeving zou overnemen zodra we stoppen met gemeentewerken. Het is dus echt dweilen met de kraan open!

image

Maar wat als we nou gewoon stoppen met al dat natuur verdelg? Wat als we de boel de boel laten? Wat nou als er onkruid tussen de stenen begint te groeien? Tja, dat is wellicht een enge gedachte, voor de gemeente, maar waarschijnlijk ook voor veel burgers die bij het eerste onkruid onraad al meteen klaarstaan met gifspuitjes in hun rectilineair afgebakende betonnen tuintjes. Maar hoe solide deze vastgeroeste ideeën en systemen ook lijken, ook zij zullen veranderen. Want dat is de simpele waarheid die de natuur, de realiteit, ons leert: alles verandert constant.

Dus als we het toch over burgerparticipatie hebben, wat nou als gemeentes gewoon zouden stoppen met tegen de natuur aan te schoppen. Wellicht eerst natuurlijk als experiment, een proef in een wijk waar, zonder de bewoners te informeren, gemeentewerken geen onkruid meer verwijderd. Langzaam zal daar dan het groen tussen de vele spleten in onze antropogene leeflaag tevoorschijn komen. Hoe zullen de bewoners reageren? Zien ze het wel? Worden ze misschien boos, dat de gemeente hun leefomgeving niet onderhoudt? Of beseft men plotseling dat dit hún straat is, waar ze zelf als groep bewoners iets mee kunnen doen? Wellicht besluiten ze om het roer om te gooien. Niet meer tegen de natuur te vechten. Want dat is het oude systeem. Het nieuwe, frisse systeem is er een van ‘met de natuur meedoen’.

Als geen-TV bezitter bekijk ik zo nu en dan programma’s via Uitzending Gemist. Zo ook Missie Aarde, van de VPRO, op TV uitgezonden Januari dit jaar. In het kort: onze Aarde is door klimaatverandering bijna onbewoonbaar geworden en alleen Nederland is nog niet overstroomd. Echt grappig om bij de intro de perfecte landgrenzen van Nederland te ontwaren op een verder totaal overstroomde ‘Waterworld’.

image

Als ‘sole survivor’ stuurt Nederland het ruimteschip de Tasman met haar 7-koppige bemanning de ruimte in op zoek naar een nieuwe thuisplaneet. Dat thema klinkt mij bekend in de oren en denk dan meteen aan de film Interstellar. Mooi ook hoe beiden zo rond dezelfde tijd zijn uit gekomen. Zou de tijd rijp zijn? Beiden scripts hebben lang moeten wachten tot ze verfilmd werden. Missie Aarde bedenker Tim Kamps heeft jaren lang met het concept rondgelopen.

Laat ik verder maar niet teveel over de inhoud van Missie Aarde zeggen. Wel wilde ik hier wat dingen vermelden die me waren opgevallen. Want zoals te verwachten refereert Missie Aarde naar Star Trek. Allereerst de kleding. Het strakke pakje van Kim van Kooten plus het feit dat ze als enige vrouw ‘aan dek’ is doet me denken aan Counselor Diana Troy van Star Trek The Next Generation.

En net als bij de Star Trek Enterprise heeft de Tasman een ‘replicator’ die eten maakt voor de bemanning. Dat doet deze echter op een heel omslachtige manier. In de eerste aflevering trekt geoloog Harold namelijk een zaadje uit de muur, op z’n FEBO zeg maar. Daarna legt hij het zaadje in de veredelde magnetron waarna je versnelt een plantje ziet groeien met 1 enkele banaan er aan. Efficient!

image

Een echte inside joke is de scene in aflevering drie waar Reibeck TEA EARL GREY HOT bestelt. Want deze vier woorden werden door Captain Jean-Luc Picard vereeuwigd tijdens de vele seizoenen Star Trek The Next Generation. Hij is blijkbaar net zo’n fan van deze thee als ik.

image

Dan nog een serieuze noot. Toevallig stuitte ik online op het boek ‘The New Martians’, een wetenschappelijke science fiction roman. Het is een psychoanalyse van zes astronauten in een klein ruimteschip op terugreis naar Aarde na een bezoek aan onze buurplaneet Mars. Op bladzijde twee wordt de toestand van de geoloog beschreven, en ik moest natuurlijk meteen denken aan Harold:

“It was unclear what Jango was doing these days. As the crew geologist, his primary task of collecting and analyzing soil and rock samples from the Martian surface was completed, although occasionally he would look at some of the rock samples in the ERV lab. He often retired early to his sleep pod to program or play games on his personal computer, which was his favorite way of filing leisure time.”

En waar bij Missie Aarde de Tasman wordt bestuurd door SARA, is dat bij ‘The New Martians’ door CARS (Central Autonomous Regulatory System). De oervader van beiden is natuurlijk HAL uit 2001: A Space Odyssey. Waar HAL zich onvriendelijk tegenover de mensen aan boord begon te gedragen lijkt dit ook het geval bij CARS te zijn. Tasman boordcomputer SARA daarentegen heeft erg menselijke trekjes en lijkt dan ook geprogrammeerd te zijn met een roddelfunctie.

Als conclusie kan ik zeggen dat ik Missie Aarde een vette serie vind en ik wacht met spanning op het tweede seizoen. Vele vragen spoken door mijn hoofd. Hebben ze dan een nieuwe planeet gevonden? Of hebben ze perongeluk een rondje gereden? Wordt Reibeck weer Reibeck? Hoe zit het met die twee tortelduifjes? En what about Kurt?

Stel je zit ‘s avonds thuis op de bank, de TV staat aan. Op dat moment zitten er waarschijnlijk in Nederland alleen al miljoenen mensen thuis op de bank. Of je zit in de auto. Misschien rij jij met meerdere personen, maar velen rijden in hun eentje in zo’n grote glanzende container op wielen. Het blijft vreemd voor me om dagelijks, al fietsende, die stroom auto’s aan me voorbij te zien trekken, of te zien stilstaan in een lange rij met ronkende motoren. Zoveel auto’s! En vaak met maar een persoon, terwijl er plaats is voor 4 a 5 mensen. Of ik fiets door een straat met voor elk huis een auto, en dat is nog maar één straat.

Maar als we zodoende massaal auto rijden, massaal in een huis wonen, wat is er dan nou zo individueel aan ons? Is dat de kleur van de auto? Het type behang van onze woonkamer? Zijn dat niet variaties op hetzelfde? Gewoon een ander kleurtje, een ander ontwerp van dingen die in de basis hetzelfde zijn: een dak boven ons hoofd en een manier van transport. Kun je niet hetzelfde zeggen over onze kleding en onze haarstijl, allemaal een variatie op hetzelfde?

Stel je kijkt vanuit een dalend vliegtuig neer op een stad en je ziet de rijen aan rijdende auto’s als mieren in een karavaan. Is er eigenlijk nou echt zo’n groot verschil tussen de stromen auto’s, die ons naar werk en terug naar huis brengen, en een stroom werkmieren van en naar de mierenhoop? Een mier denkt geen individu te zijn, wij wel. Een mier denkt hoogstwaarschijnlijk sowiezo niet. Samen vormen de mieren een duurzaam geheel, oftewel hun collectieve organizatievorm blijft generaties lang voortbestaan. En dat zonder te denken!

Wij mensen, als collectief van individuen, vormen geen duurzaam geheel. We zorgen allemaal individueel voor ons eigen gemak. Want zo zijn we opgevoed in de westerse maatschappij, als individuen die vooral aan zichzelf denken en vaak daarom ook met zichzelf in de knoop zitten. En dit is geen vingerwijzing, ik ben net zo goed opgevoed als individu. Echter, er lijkt wel steeds meer een onderbuik gevoel merkbaar te worden in onze samenleving. Dat er iets niet klopt. Dat het geloof in volledige individualiteit langzaam scheurtjes begint te krijgen:

  • De vlucht die de deeleconomie genomen heeft, met haar voor en nadelen
  • De overheid die streeft naar een participatiemaatschappij
  • De cooperaties en andere platte organizatiestructuren die steeds meer aan het ontstaan zijn

Wel is er nog angst. Want dat samen, dat collectieve, dat roept associaties op met het communisme en fascisme. En daar ging (en gaat) het natuurlijk falikant mis. Want hoe zorg je ervoor dat de samenleving niet té collectief, té massaal, té populistisch wordt? Met één leider die het allemaal schijnt te weten, waar mensen zich achter kunnen verstoppen en waar mensen bij het stervensbericht massaal gaan huilen.

Wat als we gewoon focussen op onze nabije leefomgeving, onze buurt, onze familie en vrienden, onze werkvloer, onze sportclub. En daar gezamelijk proberen echt duurzame, dus ook sociaal duurzame, oplossingen te bedenken voor lokale problemen. Worden we dan niet door zo lokaal betrokken te zijn allemaal een beetje minder afzonderlijk, wat minder individu? Als je je vooral zou focussen op je directe omgeving wordt het ook allemaal niet zo massaal, zo collectief. Dat zou een balans kunnen zijn tussen het hyperindividualisme van onze huidige marktwerkende consumptiemaatschappij aan de ene kant en het beangstigende hypercollectieve aan de andere kant. Want is het gewoon niet veel leuker om het gevoel te hebben dat we echt samen leven?

Ik stuitte een paar maanden geleden op de blog Leven zonder afval van Emily-Jane Lowe-Townley. Nu heb ik voor het eerst één van haar recepten uitgeprobeerd. En dan heb ik het niet over een eetbaar recept – die heeft ze zeker ook – maar over het maken van vloeibare zeep:

50 gram zeep
1 eetl glycerine (verkrijgbaar bij drogist)
1 liter water

 

Breng een 1 liter water in een pan aan de kook. Rasp de zeep en voeg het samen met de glycerine aan het water toe. Goed roeren tot de zeep gesmolten is. Laat het mengsel een nacht staan en mix het de volgende ochtend met een staafmixer glad. Vul een handpompje met de zeep en bewaar de rest in een andere fles.
Het handpompje staat bij mij in de keuken naast de afwasbak. Ik gebruik de vloeibare zeep dan om mijn handen te wassen en ik doe een beetje zeep in warm water om af te wassen. Dit werkt echt prima en ik gebruik daarbij een biologisch katoenen vaatdoek voor een glanzend resultaat!

Ik heb zodoende het recept gevolgd en het gestaafmixte resultaat ziet er als volgt uit, yummy!

image

Het staafmixen was erg van belang want na een nacht op het aanrecht was de substantie een twee-lagen systeem geworden, er was een dikke aangekoekte-jus-achtige toplaag ontstaan waar ik met de mixer doorheen moest breken.

Ik had eerder al bij de kringloopwinkel bij mij om de hoek een flesje gevonden voor handzeep, dus die is nu mooi gevuld:

image

Een oude glazen fles met dop bezit nu de overtollige vloeibare zeep en ik heb nog zeep en glycerine over voor een volgende lading. Echt totaal geen moeite om te maken en inderdaad, een stukje minder afval. Het volgende recept zal wel gewoon voor voedsel zijn.

This weekend I completed the www.coursera.org MOOC course Greening the Economy. The course was organized by the Lund University, Lund, Sweden and uses Scandinavian (Sweden, Norway, Denmark) examples to learn about how to move towards a green economy. Part of the course was an assignment where you needed to describe examples of a greener product, business and city. You were particularly asked to describe if the examples were a GREENING OF or GREENING BY solution:

  • “GREENING OF is when we improve an existing solution (product, operation/process, city design)”

  • “GREENING BY are solutions (product, operation/process/business model, city design but also services) that can facilitate a greener way of living, doing business and using services.”

Here below are my three greening examples:

Greener Product: Mushroom Packaging

Mushroom Packaging by Ecovative Design is packaging grown from fungal mycelium – the thread-like part of fungi. Ecovative Design is an American company based in Green Island, NY and was founded in 2007 by Eben Bayer and Gavin McIntyre while studying at Rensselaer Polytechnic Institute.
The patented process involves the use of agricultural waste to grow mycelium – binding it to the waste – for around 5 days. The process takes place in a mold to allow the forming of various shapes. The fungi is made inert through heating.
Mushroom Packaging is a sustainable alternative to petrochemical packaging products made from petroleum (like Styrofoam), a non renewable energy source. Petrochemical packaging products are very slow to biodegrade, causing litter and polluting the environment. The process to create Mushroom Packaging, on the other hand, uses and produces biodegradable waste, mimicking the cyclical material flows of nature. Overall the process has a much lower footprint compared to petrochemical derived packaging. The product is a GREENING BY solution, a radical improvement of an existing technology. It’s not a GREENING OF solution as it doesn’t involve a change of the existing petrochemical packaging industry. Companies which use packaging could adopt this new technology and according to Ecovative Design the material is cost competitive. The material, so far, has been used, among others, by Dell and Puma, although only for specific products. Hopefully more and more companies will start using this material to meet their sustainability goals. The long-term goal of the company is to replace all foam packaging.
Ecovative Design is further developing specific Mushroom Materials for cars, surfboards, furniture and an alternative to petrochemical derived insulation. While currently only producing in the US, the company plans to expand to different continents, with each facility using the regionally available waste.

References:
www.ecovativedesign.com
www.wikipedia.org
www.asknature.org

Greener Business: Fairphone

Fairphone is a social enterprise from Amsterdam, the Netherlands, with the goal to produce a fairer smartphone: the Fairphone. It started in 2010 as a project led by designer Bas van Abel, aiming to raise awareness on how smartphones are being made. In 2013 they started a crowdfunding campaign and within 2 weeks 5000 people pre-payed a Fairphone. In December that year 25000 Fairphones were produced, followed by a 35000 in 2014.
Fairphone works together with Solutions Network to use certified conflict-free tin and tantalum from the Democratic Republic of Congo. The Fairphone was designed following an open design approach: “If you can’t open it, you don’t own it”. They further provide a cost breakdown showing where the money goes to for each Fairphone sold. To produce the Fairphone the manufacturer Guohong in China was selected as it was willing to improve its worker conditions (Fairphone founded a Worker Welfare Fund) and environmental impact. Fairphone further supports an e-waste collection program in Ghana and it started a Fairphone recycling program. Although the first Fairphone wasn’t 100% fair they see it as a first attempt and step by step the supply chain will be altered trying to positively change the complete life cycle of the Fairphone in a transparent way.
They admit that more smartphones are not the answer, but in the process of producing a fairer smartphone they hope to influence and increase the standard of the smartphone industry. Fairphone therefore is a GREENING OF solution, as increasing transparency of the supply chain is a first step towards greener smartphones. Unfortunately the Fairphone still needs mining and production and is therefore not a GREENING BY solution.
In 2015 they are planning to make a new Fairphone and in the process work towards further supply chain transparency.

References:
www.fairphone.nl
www.wikipedia.org
solutionsnetwork.org

Greener City: The island Texel

Texel is an island located in the North of the Netherlands with an area of approximately 170 square km. The island has 7 villages and more than 13.000 inhabitants (and 900.000 tourist visits annually). The nearest distance to the shore is 5 km and connection is by ferry.
I chose Texel instead of a city as various examples can be found showing that the island is on its way to become a sustainability test case. Moreover, in my view, an island with its natural boundary is a good analogue of how a city should function in a green and circular economy.
First of all, Texel is an ‘icon project’ of Urgenda, a Dutch organization promoting sustainability and innovation. Together with Texel inhabitants they worked on a vision of the future of Texel where the island ‘provides energy’. The Texel municipality and inhabitants for example want to achieve 100% renewable energy production and use on the island in 2020. This includes switching to electric transportation.
The inhabitants further successfully organized themselves into various non-for-profit companies, strengthening the local economy of the island. The oldest one is the ferry company TESO. Newer, since 2007, is Texel Energie, a sustainable energy cooperative. As the tourism sector veto’ed the use of wind mills, solar energy on rooftops is used instead. Texel also has its own sewage plant, but only between 1973 and early 90’s it produced local drinking water. The desalination was too costly at the time and currently the drinking water comes through a pipeline from the shore.
The greening of Texel itself is a GREENING OF solution, but hopefully the various solutions and innovations which will be developed along the way can be exported to cities and other regions therefore possibly providing a GREENING BY solution.

References:
www.wikipedia.org
Engineering for Sustainable Development: Case Texel
Youtube: Texel geeft Energie
Urgenda: ‘Texel geeft energie’ visie

Ik schrijf deze tekst in de witgeschilderde werfkelder van In de Ruimte. Het is een flexwerkplek voor ZZP’ers. Of ik zelf een ZZP’er ben zal de toekomst moeten uitwijzen. Op dit moment is mijn focus gericht op het afronden van mijn promotieonderzoek en een snel dichterbij komende deadline van de Coursera.org cursus ‘Greening the Economy’. En het laatste restje focus richt ik op het schrijven van een aantal stukjes voor deze blog.

Voor iemand die zich al jaren met de planeet Mars bezig houdt moet ik bekennen dat ik de naam ‘In de Ruimte’ wel treffend vind. Een beetje serendipiteit zonder de vondst zeg maar, of wellicht komt die vondst nog… Iets vergelijkbaars ervoer ik toen ik op www.ruimteverkenning.nl stuitte. Ik kon niet laten een gooi te doen naar de titel Ruimteverkenner en besloot mijn aanmelding af te sluiten met:

Door mijn ongewone achtergrond als planeetonderzoeker hoop ik een interessante bijdrage te kunnen leveren aan de Ruimteverkenning.

Helaas bleek ik toch niet ongewoon genoeg. Wel zette het me er toe aan om kort en krachtig na te denken en te omschrijven wat ik nou precies de komende tijd wil gaan doen.

En zodoende zit ik hier in deze werfkelder. Ik kan natuurlijk ook in de universiteits bibliotheek gaan zitten. En daar zal ik zeker mee doorgaan, maar toch, wellicht kan ik alhier wat meer te weten komen over de wijze en omgeving van het ZZPer leven en of dit leven bij mij past.

Het ZZPschap opvoeren als gespreksonderwerp levert ook soms wat op. Mede Mars onderzoeker Wouter Marra noemde bijvoorbeeld laatst het stukje ‘Van student naar zzp’er in 10 stappen’ in DUB, de onafhankelijke nieuwssite van de UU, waar hij zelf ook voor schrijft.

Als ik aan eigen ZZP activiteiten denk kom ik meteen terecht bij GIS, oftewel ‘geografisch informatie systeem.’ Ik gebruik al jaren het programma ArcGIS van ESRI om kaarten te maken en ruimtelijke analyses uit te voeren. Daarnaast kan ik door middel van de programmeertaal Python nieuwe functies bouwen en processen automatiseren.  Dit zou ik graag ook meer ‘Down to Earth’ willen gaan doen.

En dat brengt me bij Ruimteschepper, een “netwerk van zelfstandige geo-experts zonder personeel”. Het kost 50 euro per maand dus het meedoen hieraan lijkt me nuttig als ik inkomen verwerf. Maar wellicht is dat nogal een kip of het ei verhaal… Ach ja, stapje voor stapje, of zoals ik van een mentor op de universiteit meekreeg: “slowly slowly catch the monkey”.

UPDATE. Het thema ‘ruimte’ blijft zich manifesteren. Laatst zat ik weer eens In de Ruimte en kwam in gesprek met een van de andere aanwezigen. Hij organiseert meetings genaamd ‘De Ruimte In’.

Sinds begin 2015 woon ik weer in Nederland, in mijn oude vertrouwde Utrecht welteverstaan. In navolging van mijn posts ‘Living Green in Germany’ (1, 2) leek het me een leuk idee hier mee verder te gaan.

‘Groen zonder Poen’ refereert naar de mogelijkheid om goedkoop én duurzaam te kunnen leven. Biologisch voedsel bijvoorbeeld is toch vaak duurder en exclusief, dus schijnbaar alleen voor de goed verdienende mens. Dit ondervond ik toen ik de biologische markt van Utrecht bezocht: deze was, zachtgezegd, niet goedkoop.

Maar het lijkt me nu juist dat goedkoop én duurzaam wel samen moeten kunnen gaan. Twee voorbeelden hiervan die ik recentelijk tegenkwam in Utrecht zijn het biologische restaurant Gijs en de nieuwe biologische supermarkt Superfair.

Ik begon mijn streven naar goedkoop én duurzaam door zoveel mogelijk bij de verschillende kringloopwinkels in Utrecht te gaan inkopen. Net terug uit Duitsland, waar ik in 3 jaar tijd in onderhuur in verschillende woningen heb gezeten, moest ik het meeste van het meubilair weer gaan aanschaffen. De drie kringloopwinkels waar ik langs ben geweest zijn:

Internet is natuurlijk ook een goede hulpbron. Ik heb op marktplaats een boekenkast en een gasfornuis gekocht. Op facebook bestaan per stad ook een aantal marktplaats-achtige groepen, plus groepen waar zaken gratis kunnen worden afgehaald, maar dit bleek niet meer nodig want ik had mijn inboedel al bij elkaar gesprokkeld.

Nadat de meubels waren aangekomen – hetgeen de leefbaarheid van mijn appartment positief beinvloedde – brak de volgende stap aan, hoe regel ik gas, water en licht? Water regelen werd mij erg gemakkelijk gemaakt: ik kon kiezen uit Vitens, Vitens of Vitens. Ik koos daarom Vitens. Bij gas en licht werd het wat moeilijker. Na wat vergelijk op internet en de zoektocht naar de meest duurzame optie heb ik gekozen voor www.greenchoice.nl. Gas blijft gas, maar Green Choice schijnt je gas gebruik te compenseren met bosaanplant. Ik had nog overwogen om electrisch te gaan koken, maar mijn appartment heeft niet die speciale aansluiting met 4 in plaats van 2 gaten. Dus kocht ik een gasfornuis. Wel heb ik hiernaast een tweedehands combi-magnetron op de kop weten te tikken voor het simpele opwarmwerk.

De stroom van Green Choice is zon en wind energie uit Nederland en Europa. Je krijgt dan lijkt mij niet alleen dit type je huis binnen gesluisd, je betaalt gewoon mee om het totale Nederlandse electriciteitsgebruik een ietsiepietsie stukje duurzamer te maken.

Nu is Green Choice van wat ik op de vergelijkingswebsites zag niet de goedkoopste, maar uiteindelijk draait het er natuurlijk om gas en stroom alleen te gebruiken wanneer je het nodig hebt. Wel wordt mijn woning verwarmd door middel van stadsverwarming. Hoe dit precies werkt moet ik nog uitzoeken.

Voor nu houd ik het voor gezien, volgende keer zal ik de vele mogelijkheden om in en rond Utrecht aan duurzaam voedsel te komen eens gaan beschrijven. De term ‘Groen zonder Poen’ wordt trouwens ook veelvuldig gebruikt op de blog De Groene Meisjes en refereert hier naar goedkope doch toch groene recepten.