Echt samen leven

Friday , 27, March 2015

Stel je zit ‘s avonds thuis op de bank, de TV staat aan. Op dat moment zitten er waarschijnlijk in Nederland alleen al miljoenen mensen thuis op de bank. Of je zit in de auto. Misschien rij jij met meerdere personen, maar velen rijden in hun eentje in zo’n grote glanzende container op wielen. Het blijft vreemd voor me om dagelijks, al fietsende, die stroom auto’s aan me voorbij te zien trekken, of te zien stilstaan in een lange rij met ronkende motoren. Zoveel auto’s! En vaak met maar een persoon, terwijl er plaats is voor 4 a 5 mensen. Of ik fiets door een straat met voor elk huis een auto, en dat is nog maar één straat.

Maar als we zodoende massaal auto rijden, massaal in een huis wonen, wat is er dan nou zo individueel aan ons? Is dat de kleur van de auto? Het type behang van onze woonkamer? Zijn dat niet variaties op hetzelfde? Gewoon een ander kleurtje, een ander ontwerp van dingen die in de basis hetzelfde zijn: een dak boven ons hoofd en een manier van transport. Kun je niet hetzelfde zeggen over onze kleding en onze haarstijl, allemaal een variatie op hetzelfde?

Stel je kijkt vanuit een dalend vliegtuig neer op een stad en je ziet de rijen aan rijdende auto’s als mieren in een karavaan. Is er eigenlijk nou echt zo’n groot verschil tussen de stromen auto’s, die ons naar werk en terug naar huis brengen, en een stroom werkmieren van en naar de mierenhoop? Een mier denkt geen individu te zijn, wij wel. Een mier denkt hoogstwaarschijnlijk sowiezo niet. Samen vormen de mieren een duurzaam geheel, oftewel hun collectieve organizatievorm blijft generaties lang voortbestaan. En dat zonder te denken!

Wij mensen, als collectief van individuen, vormen geen duurzaam geheel. We zorgen allemaal individueel voor ons eigen gemak. Want zo zijn we opgevoed in de westerse maatschappij, als individuen die vooral aan zichzelf denken en vaak daarom ook met zichzelf in de knoop zitten. En dit is geen vingerwijzing, ik ben net zo goed opgevoed als individu. Echter, er lijkt wel steeds meer een onderbuik gevoel merkbaar te worden in onze samenleving. Dat er iets niet klopt. Dat het geloof in volledige individualiteit langzaam scheurtjes begint te krijgen:

  • De vlucht die de deeleconomie genomen heeft, met haar voor en nadelen
  • De overheid die streeft naar een participatiemaatschappij
  • De cooperaties en andere platte organizatiestructuren die steeds meer aan het ontstaan zijn

Wel is er nog angst. Want dat samen, dat collectieve, dat roept associaties op met het communisme en fascisme. En daar ging (en gaat) het natuurlijk falikant mis. Want hoe zorg je ervoor dat de samenleving niet té collectief, té massaal, té populistisch wordt? Met één leider die het allemaal schijnt te weten, waar mensen zich achter kunnen verstoppen en waar mensen bij het stervensbericht massaal gaan huilen.

Wat als we gewoon focussen op onze nabije leefomgeving, onze buurt, onze familie en vrienden, onze werkvloer, onze sportclub. En daar gezamelijk proberen echt duurzame, dus ook sociaal duurzame, oplossingen te bedenken voor lokale problemen. Worden we dan niet door zo lokaal betrokken te zijn allemaal een beetje minder afzonderlijk, wat minder individu? Als je je vooral zou focussen op je directe omgeving wordt het ook allemaal niet zo massaal, zo collectief. Dat zou een balans kunnen zijn tussen het hyperindividualisme van onze huidige marktwerkende consumptiemaatschappij aan de ene kant en het beangstigende hypercollectieve aan de andere kant. Want is het gewoon niet veel leuker om het gevoel te hebben dat we echt samen leven?